© Studio L.E.O. 2002
   
 
PROEFSCHRIFT
 

Dieet bij spanningshoofdpijn en migraine
 

Dit proefschrift beschrijft een open, gerandomiseerd, vergelijkend onderzoek onder 123 patiënten met spanningshoofdpijn en migraine. De interventiegroep (n=58) kreeg het advies om de volgende voedingsmiddelen te vermijden: koffie, thee, suiker en zoetigheid, cacao, varkensvlees, zoete melkproducten, kaas, overmatig zout, rode wijn en pinda's. De controlegroep (n=65) kreeg het advies om te vermijden: ananas, tomaat, wortelen, maïzena, beschuit, crackers, wit brood, peper en koolzuurhoudende limonades. Ook de patiënten die tijdens het onderzoek het dieet staakten werden meegenomen in de analyse (= intention to treat).
 
Na acht weken leidde het interventiedieet tot een significant sterkere afname van het aantal uren spanningshoofdpijn en van het gebruik van analgetica daarbij, dan het controledieet. Na twintig weken waren de genoemde parameters in de interventiegroep gehalveerd. Een vergelijking met de controlegroep was toen echter niet meer mogelijk, omdat het correct werd geacht om de controlegroep na 12 weken eveneens het interventiedieet te geven. Met het interventiedieet trad na acht weken ook minder migraine op en daalde het gebruik van geneesmiddelen voor het couperen van een aanval, maar dit verschilde niet significant van het controledieet. Toen na 12 weken de proefpersonen in de controlegroep eveneens het interventiedieet gingen gebruiken, werden dezelfde resultaten geboekt. Opvallend was verder, dat in de eerste week van het interventiedieet een tijdelijk toename ontstond van de spanningshoofdpijn, de migraine en het gebruik van couperende geneesmiddelen.
 
Volgens de onderzoekster is een dubbelblinde opzet bij dieetonderzoek niet mogelijk. Verder is een bezwaar van het dieet dat verschillende voedingsmiddelen tegelijkertijd zijn geëlimineerd, zodat het niet mogelijk was de afzonderlijk verantwoordelijke component(en) op te sporen.
Het interventiedieet gaf bij 53% van de patiënten een vermindering van het aantal uren spanningshoofdpijn, na correctie voor de intensiteit. Hiermee behoort het tot de meest effectieve behandelingsmethoden. Een meta-analyse uit 1994 liet namelijk de volgende verbeteringen zien: een hoofdpijndagboek (24%), elektromyografische biofeedback (48%), cognitieve therapie (53%) en biofeedback en ontspanningsoefeningen (59%).* Een andere meta-analyse berekende bij migraine een verbetering van 55% met propranolol tegen 35% met placebo.** In dit onderzoek was dat 61% met het interventiedieet tegen 22% met placebo, maar dit verschil was niet significant.
 
Concluderend blijkt uit dit proefschrift, dat het aantal uren spanningshoofdpijn en het gebruik van analgetica na 20 weken voedingsverandering was gehalveerd. Hieruit blijkt dat het zinvol kan zijn patiënten met veel spanningshoofdpijn aan te raden het gebruik van de genoemde voedingsmiddelen te staken. Bij migraine werden met een dieet geen significante resultaten geboekt.
 
Lugard EK. De effecten van een eliminatiedieet op spanningshoofdpijn en migraine [proefschrift]. Rotterdam: Erasmus Universiteit, 1997.
 
*. Bogaards MC, Kuile MM ter. Treatment of recurrent tension headache: a meta-analytic review. Clin J Pain 1994; 10: 174-190.
**. Holroyd KA, Penzien DB, Cordingley GE. Propranolol in the management of recurrent migraine: a meta-analytic review. Headache 1991; 31: 333-340.